Alle bloedtesten tijdens de zwangerschap op een rij

Lydia Jansen

Er is geen enkele periode in je leven wanneer je zo nauw medisch opgevogld wordt als tijdens je zwangerschap. (Mooi naturlijk, hoewel je, je natuurlijk ook begint af te vragen waarom dingen als ijzer niet buiten de zwangerschap net zoveel aandacht krijgen, maar dat terzijde...)


Tijdens je zwangerschap krijg je bloedtest na bloedtest voorgeschoteld en zijn er ook nog andere testen en natuurlijk echoscopische onderzoeken. In dit artikel zetten we alles op een rijtje, zodat je weet wat je kan verwachten of om kan vragen.

De (bloed)test om je zwangerschap vast te stellen

De meeste vrouwen die willen weten of ze zwanger zijn doen dit met een thuistest. Deze meet het hCG level in je urine. Vanaf de 4de week van je eventuele zwangerschap, oftewel de week wanneer je normaal gesproken weer ongesteld zou worden. Daarvoor is je hCG level in je urine waarschijnlijk nog te laag om opgepikt te worden door de thuistest.

hCG levels kunnen echter behoorlijk verschillen per vrouw in het begin van een zwangerschap. Een negatieve thuistest in week 4 is dus geen garantie dat je niét zwanger bent.


De hCG bloedtest

Het hormoon hCG (humaan choriongonadotrofine) komt vrij zodra een bevruchte eicel zich innestelt in de baarmoederwand, gemiddeld acht tot tien dagen na de eisprong.¹ 


Een bloedtest kan dit hormoon al oppikken vanaf een concentratie van 1 tot 2 mIU/ml, terwijl een urinetest pas reageert vanaf concentraties boven de 20 mIU/ml.² 


Dat verschil in gevoeligheid verklaart waarom een bloedtest soms al uitsluitsel geeft nog voordat je menstruatie zou beginnen, terwijl een reguliere zwangerschapstest op dat moment nog niets laat zien. 


In de praktijk wordt deze bloedtest niet standaard aangeboden. Voor de meeste vrouwen is een urinetest rond de verwachte menstruatiedatum betrouwbaar genoeg. 


De hCG-bloedtest wordt vooral ingezet bij medische twijfel, bijvoorbeeld als een arts de exacte hCG-waarde nodig heeft om de ontwikkeling van een vroege zwangerschap te volgen, of om een miskraam of buitenbaarmoederlijke zwangerschap uit te sluiten.

Bloedgroepen en rhesus-factor

Zodra je zwangerschap bekend is, krijg je van je verloskundige of huisarts standaard het eerste bloedonderzoek aangeboden, ook wel de PSIE-screening genoemd (Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie).³


Je zorgverlener biedt deze test aan als vast onderdeel van de eerste controle, meestal rond week 12. Zoals alle medische zorg in Nederland ben je niet verplicht deze test af te nemen, hoewel hij wel standaard bijna altijd gedaan wordt.³ Het is een gewone bloedtest en geeft géén risico op miskraam. (In tegenstelling tot bijvoorbeeld het kleine risico dat wél bestaat bij de vlokkentest of vruchtwaterpunctie.)

Dit gebeurt idealiter vóór de dertiende week, zodat een afwijkende uitslag op tijd behandeld kan worden.⁴


In één buisje bloed wordt gecontroleerd op:

  • Drie infectieziekten (hepatitis B, hiv en syfilis)
  • Je bloedgroep binnen het ABO-systeem
  • De aanwezigheid van het rhesus D- en rhesus c-antigeen
  • Irregulaire erytrocytenantistoffen (IEA): antistoffen tegen bloedgroepen die je zelf niet hebt. 
  • Vaak wordt in dezelfde afname ook je glucosewaarde en hemoglobinegehalte bepaald.³

Heel veel informatie dus in 1 enkele test.


Foto: Karola G

bloedtest zwangerschap: een laborante kijkt naar een buisje bloed

Je bloedgroep: het ABO-systeem

Eerst bepaalt het laboratorium je gewone bloedgroep: A, B, AB of O.⁵ Dit wordt gedaan zodat je bloedgroep al bekend is voor het geval je tijdens de bevalling een bloedtransfusie nodig hebt.

In Nederland heeft ongeveer 47% van de bevolking bloedgroep O, gevolgd door bloedgroep A bij zo'n 42%.⁵


Rhesus D positief of negatief

Vervolgens wordt er gekeken of je Rhesus D negatief of positief bent. Elke bloedgroep kan zowel rhesus D-positief als rhesus D-negatief zijn.

Ongeveer 14 tot 15% van de Nederlanders is rhesus D-negatief.⁷ Dat is volstrekt normaal en geeft geen klachten. Het wordt pas relevant zodra jíj rhesus D-negatief bent én je kind rhesus D-positief: dan kan je lichaam antistoffen aanmaken tegen het bloed van je kind, die bij een volgende zwangerschap de placenta kunnen passeren en de rode bloedcellen van het kind afbreken.⁷ 


Andersom speelt dit niet: ben je zelf rhesus D-positief, dan maakt de rhesusfactor van je kind voor deze immuunreactie niets uit, want je lichaam beschouwt het D-antigeen dan al als 'eigen'.


Daarom krijg je als rhesus D-negatieve zwangere rond week 27 een extra bloedonderzoek, waarbij het laboratorium via jouw bloed ook de rhesusfactor van je baby bepaalt. Is die rhesus D-positief, dan krijg je een anti-D-prik: een prik met anti-D-immunoglobuline die voorkomt dat je lichaam antistoffen aanmaakt.⁷ 


Sinds de invoering van deze profylaxe daalde het aantal zwangeren met een nieuw vastgestelde rhesus D-immunisatie van 3,5% in 1969 naar 0,31% in 2016.⁷


Rhesus c: minder bekend, maar niet minder belangrijk

Naast rhesus D bestaat het rhesus c-antigeen, vaak afgekort tot Rh c: een los kenmerk, onafhankelijk van je ABO-bloedgroep én van rhesus D.⁶ 


Zo'n 20% van de Nederlandse bevolking is rhesus c-negatief.⁷ Hetzelfde principe als bij rhesus D geldt: alleen als jíj rhesus c-negatief bent en je kind rhesus c-positief, kun je antistoffen aanmaken die bij een volgende zwangerschap voor problemen kunnen zorgen; is het andersom, dan speelt dit niet. 


Rhesus c-negatieve zwangeren krijgen daarom, net als rhesus D-negatieve zwangeren, rond week 27 een extra controle: antistoffen tegen rhesus c zijn verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de ernstige gevallen die pas laat in de zwangerschap worden ontdekt.⁷


Foto: Antonius Ferret

Een vrouw leest de resultaten van haar bloedtest zwangerschap

Je bloedtest lezen

Zie je op je eigen uitslag de term 'bloedgroep O-positief' of 'O-negatief' staan? Dat is de gangbare samentrekking van je ABO-groep (de letter) en je rhesus D-factor (het 'positief' of 'negatief'). 


Rhesus c wordt daarentegen altijd los op je uitslag vermeld, bijvoorbeeld als 'rhesus c: negatief'.

De NIPT

Vanaf 10 weken zwangerschap kun je kiezen voor de NIPT, een niet-invasieve prenatale test.⁸ Deze test wordt níet standaard aangeboden. Wil je hem toch graag, dan bespreek je dat met je verloskundige of gynaecoloog, meestal tijdens een counselingsgesprek vóór 10 weken zwangerschap; zij regelen de aanvraag, jij kiest zelf de bloedafnameorganisatie. 


Het is een gewone bloedtest uit je arm, zonder risico op een miskraam.⁸ In je bloed circuleert een kleine hoeveelheid erfelijk materiaal van de placenta, vrijwel altijd identiek aan het DNA van je kind, en het laboratorium onderzoekt dit op aanwijzingen voor downsyndroom, edwardssyndroom of patausyndroom.⁸


De NIPT wordt volledig vergoed en is gratis voor de zwangere.⁹ De uitslag krijg je binnen 10 kalenderdagen.¹⁰ Bij ongeveer 993 van de 1.000 zwangeren is er geen aanwijzing voor een chromosoomafwijking; bij ongeveer 7 van de 1.000 wel.¹¹ 


Een afwijkende uitslag is geen diagnose maar een aanwijzing: bij downsyndroom blijkt bijvoorbeeld 90 van de 100 zwangeren met die uitslag ook daadwerkelijk zwanger van een kind met downsyndroom, bij edwardssyndroom is dat 75 van de 100 en bij patausyndroom 50 van de 100.¹¹ Voor zekerheid is aanvullend onderzoek nodig. (Zie hieronder.)

Vlokkentest en vruchtwaterpunctie

Krijg je een afwijkende NIPT-uitslag, of is er een andere medische reden voor verder onderzoek, dan kun je kiezen voor een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie.¹² 


Beide zijn geen bloedtesten. Een vlokkentest is mogelijk vanaf 11 weken en haalt met een naald een klein stukje weefsel uit de placenta; een vruchtwaterpunctie kan vanaf ruim 15 weken en neemt een beetje vruchtwater af.¹² 


Beide geven meestal binnen 3 tot 5 werkdagen uitsluitsel, soms twee weken bij extra grondig chromosomenonderzoek. 

Ze kennen wel een klein miskraamrisico van ongeveer 2 van de 1.000 vrouwen.¹² In tegenstelling tot de NIPT zijn ze dus wel invasief, en daarom alleen aangeboden bij een concrete aanleiding. En wederom heb je altijd het recht deze te weigeren.


Foto: Mart Production

bloedtest zwangerschap: echo als voorbereiden op vruchtwaterpunctie

IJzerwaarden doorheen de zwangerschap

Naast infectieziekten, bloedgroepen en chromosomen kijkt hematologisch bloedonderzoek tijdens de zwangerschap ook naar je ijzerstatus. 


Hoe vaak ijzertekort bij zwangere vrouwen precies voorkomt, is opvallend genoeg niet eenduidig, ook niet volgens de Gezondheidsraad zelf: in het ene rapport spreekt de raad van 'bijna 50 procent' van de zwangere vrouwen met een lage ijzerstatus,¹³ in een recenter rapport, specifiek gericht op zwangerschap, van '10 tot 15%'.¹⁴ 


Hoe je de exacte percentages ook weegt, de conclusie blijft overeind: ijzer is voor vrouwen een waarde die het waard is om op te volgen, en al helemaal tijdens de zwangerschap, wanneer je bloedvolume flink toeneemt en je ijzerbehoefte meestijgt.

Lastig genoeg is ijzerstatus niet in één simpel getal te vangen: er bestaat geen directe meting van 'je ijzerstatus', artsen leiden die af uit drie waarden die hieronder een voor een aan bod komen. Meet je zorgverlener er maar één van, dan is het verstandig om op de man af ook te vragen om de andere twee: een prima uitslag op één waarde betekent namelijk niet automatisch dat je ijzerstatus in orde is.

Hemoglobine (Hb)

Hemoglobine is het eiwit in je rode bloedcellen dat zuurstof door je lichaam vervoert. Bij de meeste Nederlandse zwangeren wordt het Hb-gehalte bepaald bij de eerste intake en vaak nogmaals rond de dertigste zwangerschapsweek; bij vrouwen met een verhoogd risico gebeurt dat ook al rond week 20.¹⁴ 


Een laag Hb wijst op bloedarmoede (anemie), maar zegt niet automatisch dat de oorzaak ijzergebrek is, dus wordt een afwijkende waarde standaard gevolgd door nader onderzoek.¹⁴ 


De normaalwaarde buiten de zwangerschap ligt tussen de 7,5 en 10,0 mmol/liter; tijdens de zwangerschap gelden lagere grenzen, doordat je bloedvolume toeneemt en je Hb daardoor als het ware verdund raakt. De NHG hanteert als ondergrens 7,1 mmol/l in het eerste trimester, 6,5 tot 6,8 mmol/l in het tweede en 6,3 mmol/l in het derde trimester.¹⁶

Een vrouw leest de resultaten van haar bloedtest zwangerschap

Ferritine

Ferritine is het opslageiwit van ijzer en geeft aan hoeveel ijzer je in voorraad hebt. Omdat ferritine eerder daalt dan Hb, is het een gevoeligere indicator van een beginnend tekort.¹⁷

Het enige probleem hier is dat wat als 'normaal' geldt, flink verschilt per laboratorium. Slingeland Ziekenhuis hanteert bijvoorbeeld een ondergrens van 12 µg/l voor vrouwen tot 49 jaar,¹⁸ terwijl OLVG de eigen ondergrens onlangs verhoogde naar boven de 30 µg/l¹⁹

Dezelfde uitslag kan dus bij het ene lab als 'ruim voldoende' gelden, en bij het andere als grensgeval voor een tekort.


Welk lab heeft dan gelijk?

Dat blijft natuurlijk een punt van discussie, maar er zijn wél twee onderzoeken over ferritine waardes rondom de zwangerschap die hier een heel duidelijk antwoord op geven:


Allereerst is het Deense onderzoek uit 2006, welke concludeerde dat enkel met een minimum waarde van 70 µg/l vóór de zwangerschap er geen suppletie nodig is doorheen de rest van de zwangerschap, alles lager dan dit gaat wel suppletie nodig hebben om de ijzerwaardes genoeg op pijl te houden.²² Let er hier dus op hoeveel hoger deze waarde is dan zelfs de hoogste minimumwaarde van de Nederlandse laboratoria.

Dan is er het onderzoek uit 2024 welke 3 cijfers heeft vastgelegd als minimum ferritne waarde per trimester: 25,8 µg/l voor het eerste trimester, 18,3 µg/l voor het tweede trimester en 19,0 µg/l voor het derde trimester.

En hoewel deze waardes allemaal onder de hoogste 'goede' waarde van de Nederlandse labs liggen, liggen ze ook alle drie ver boven wat nog steeds een groot deel van de labs als 'goed' bestempelt.

Foto: Pavel Danilyuk

bloedtest zwangerschap: echo als voorbereiden op vruchtwaterpunctie

MCV

Als laatste waarde rondom ijzer is er MCV. MCV staat voor mean corpuscular volume, de gemiddelde grootte van je rode bloedcellen, gemeten in femtoliter. De normaalwaarde ligt tussen de 80 en 100 fl.²⁰ Een MCV onder de 80 fl wijst vaak op ijzergebrek, terwijl een MCV boven de 100 fl juist kan duiden op een tekort aan vitamine B12 of foliumzuur.²⁰ 


MCV is een waarde die niet standaard gemeten wordt en vaak pas als vervolg test wordt gedaan als je Hb afwijkt, om te bepalen wat waarschijnlijk de oorzaak daarvan is.

De glucosetolerantietest (suikertest)

Rond week 24 tot 28 kan je zorgverlener een orale glucosetolerantietest (OGTT) voorstellen om zwangerschapsdiabetes op te sporen, vooral bij risicofactoren.²⁴


Voor deze test moet je nuchter zijn: meestal 8 tot 12 uur van tevoren niets meer eten of drinken, water uitgezonderd.²⁴ Eerst wordt er nuchter bloed geprikt, daarna drink je een suikeroplossing en volgt er na twee uur nogmaals een afname, om te zien hoe je lichaam de suiker verwerkt.²⁴ Dit is een van de weinige bloedtesten in de zwangerschap waarvoor nuchter zijn wél noodzakelijk is.

Overige testen

Niet elke controle draait om bloed. Op een rij de belangrijkste onderzoeken die dat niet zijn: de vlokkentest en vruchtwaterpunctie (hierboven al toegelicht) nemen weefsel of vruchtwater af. Bij symptomen van dreigende vroeggeboorte, zoals weeën tussen week 22 en 35, kan de fibronectinetest worden ingezet: een uitstrijkje van vaginaal vocht waarin het eiwit fibronectine wordt gemeten, dat normaal als een soort lijm tussen de vliezen en de baarmoederwand fungeert. Is de test negatief, dan is de kans dat je binnen een week bevalt zeer klein, wat onnodige ziekenhuisopnames kan voorkomen; toch wordt hij nog niet in alle Nederlandse ziekenhuizen standaard toegepast.²⁵ 


Daarnaast krijg je standaard de termijnecho rond 8 tot 10 weken en, als je daarvoor kiest, de 13 wekenecho.²⁶ Rond week 20 volgt het structureel echoscopisch onderzoek, dat de lichamelijke ontwikkeling van je kind in beeld brengt. Deze onderzoeken vullen de bloedtesten in dit artikel aan, maar meten allemaal iets anders.

Samengevat

Een vuistregel om deze veelheid aan testen te ordenen: 


Bloedtesten vóór week 13 draaien vooral om jouw gezondheid en veiligheid, zoals infectieziekten, bloedgroep en rhesusfactor. 


Testen rond week 10 tot 15, zoals de NIPT en eventueel een vlokkentest, gaan over de chromosomen van je kind. 


Testen later in de zwangerschap, zoals de herhaling van je Hb rond week 27 tot 30 of de suikertest rond week 24 tot 28, volgen hoe je lichaam de zwangerschap fysiek doorstaat. 


Zo weet je bij elke voorgestelde test beter welke vraag je aan je zorgverlener kunt stellen: gaat dit over mij, over mijn kind, of over hoe de zwangerschap vordert?

FAQ

Bloedtest zwangerschap via de huisarts: hoe snel heb je de uitslag?

Dat hangt af om welke test het gaat. Bij het eerste bloedonderzoek (op infectieziekten, bloedgroep en rhesusfactor) krijg je vaak eerst een voorlopige telefonische indicatie, waarna de schriftelijke en definitieve uitslag meestal na één tot twee weken volgt. Vier weken na de bloedafname staan de resultaten ook op MijnRIVM. Bij de NIPT ligt dit anders: die uitslag krijg je altijd binnen 10 kalenderdagen. Vraag bij twijfel gerust na bij je huisarts of verloskundige wanneer je precies bericht kunt verwachten, dit verschilt namelijk per praktijk en per laboratorium.

Hoeveel buisjes bloed zijn nodig voor de NIPT?

Voor de NIPT zelf is doorgaans een enkel buisje bloed voldoende, omdat er alleen het losse DNA van de placenta uit hoeft te worden geïsoleerd. In de praktijk wordt er bij dezelfde afspraak vaak meer bloed afgenomen, bijvoorbeeld wanneer de NIPT wordt gecombineerd met ander bloedonderzoek. Het exacte aantal buisjes kan daardoor verschillen per bloedafnameorganisatie en per situatie. Twijfel je hierover, vraag dan gerust aan de bloedafnamelocatie zelf wat je kunt verwachten.

Voor welk bloedonderzoek moet je nuchter zijn tijdens de zwangerschap?

Niet voor elk bloedonderzoek hoef je nuchter te zijn. Het eerste bloedonderzoek (infectieziekten, bloedgroep, rhesusfactor), de NIPT en de controle van je Hb- en ferritinewaarden vereisen geen nuchtere afname. De grote uitzondering is de glucosetolerantietest (suikertest), meestal uitgevoerd rond week 24 tot 28: hiervoor moet je 8 tot 12 uur van tevoren niets eten of drinken, op water na. Twijfel je of een geplande test nuchter moet, vraag dit dan na bij je zorgverlener of de bloedafnamelocatie.

Wat wordt er precies getest bij bloedonderzoek tijdens de zwangerschap?

Dat verschilt per moment in de zwangerschap. Het eerste bloedonderzoek kijkt naar infectieziekten (hepatitis B, hiv, syfilis), je bloedgroep en rhesusfactor, en irregulaire antistoffen. De NIPT onderzoekt DNA van de placenta op aanwijzingen voor down-, edwards- en patausyndroom. Daarnaast wordt je ijzerstatus gevolgd via hemoglobine, ferritine en MCV, en kan later een suikertest zwangerschapsdiabetes opsporen. Elke test heeft dus een eigen, specifiek doel; dit artikel zet ze stuk voor stuk op een rij.

Kun je toch zwanger zijn als een bloedtest negatief is?

Dat kan, al is een bloedtest wel gevoeliger dan een urinetest. De meest voorkomende reden voor een fout-negatieve uitslag is dat er te vroeg getest is: is de innesteling nog niet (volledig) voltooid, dan is er simpelweg nog te weinig hCG aanwezig om te meten.¹ ² Herhaal de test bij twijfel na een paar dagen, of bespreek met je huisarts of een bloedtest met een exacte hCG-waarde uitkomst kan bieden.

Wanneer krijg je de anti-D-prik als je rhesus D-negatief bent?

Ben je rhesus D-negatief en blijkt bij het extra bloedonderzoek rond week 27 dat je kind rhesus D-positief is, dan krijg je de anti-D-prik tijdens de zwangerschap. Na de bevalling wordt opnieuw beoordeeld of een tweede prik nodig is, afhankelijk van de rhesusfactor van je pasgeboren kind. Deze prik voorkomt dat je lichaam antistoffen aanmaakt tegen het bloed van je kind, wat vooral van belang is voor een eventuele volgende zwangerschap.

Interessant? Sla het artikel op met Pinterest!

Geschreven door Lydia

Lydia is onze brandstoryteller. Met haar academische achtergrond en focus op research vertaalt ze wetenschappelijke informatie naar heldere, toegankelijke artikelen.

Gecontroleerd door Jo

Jo is de founder van Laveen. Ze heeft een orthomeleculaire achtergrond en is opgegroeid met de principes van traditionele chinese kennis.

Terug naar blog